Blog

21/06/2018

“Zeg, hoeveel verdien jij eigenlijk?”

De Wet Normering Topinkomens als hulpmiddel bij overleg

Bovenstaande vraag zal de OR niet zo makkelijk stellen aan de bestuurder. Toch is dat vanaf heden wel de bedoeling voor ondernemingsraden in organisaties met meer dan 100 medewerkers. Op grond van de laatste wijziging in de Wet op de Ondernemingsraden heeft de OR overlegrecht over de topinkomens in de organisatie. Om de ondernemingsraden uit de publieke en semipublieke sector hierbij te helpen, geef ik in dit artikel handvatten om dit gesprek prettig en nuttig te kunnen voeren. Het belangrijkste hulpmiddel daarbij is de Wet Normering Topinkomens, de WNT. Maar om verwarring te voorkomen: de wijziging in de WOR geldt vanzelfsprekend voor àlle ondernemingsraden, dus ook voor ondernemingsraden in het bedrijfsleven.

Beloning bij de overheid en de semipublieke sector

De beloning van bestuurders van publieke en semipublieke organisaties staat de laatste jaren in de schijnwerpers. Dat is niet voor niets. Enkele jaren geleden werden in deze organisaties nog hoge beloningen betaald aan topbestuurders die soms te vergelijken waren met de topinkomens in het bedrijfsleven. Met de intrede van de marktwerking leek het met de beloning van de non-profit bestuurders dezelfde klant op te gaan als bij de profit bedrijven. Maar daar heeft de rijksoverheid in 2013 een stokje voor gestoken. Mede onder druk van de publieke opinie werd benadrukt dat de topsalarissen in de publieke en semipublieke instellingen werden betaald uit belastinggeld. Belastinggeld was bedoeld om maatschappelijke organisaties behoorlijk te laten functioneren en niet om een enkeling rijk te maken. Dus werden er plafonds vastgesteld tot hoe hoog de inkomens mochten stijgen. De eerste wet die dat vastlegde was Wet Normering Topinkomens 1. Vanaf 2015 is Wet Normering Topinkomens 2 van toepassing. Met deze wet creëert de overheid een helder kader hoe een inkomen van een bestuurder tot stand komt. De wet geldt voor bestuurders en toezicht houders van scholen, zorginstellingen, culturele instellingen, woningcorporaties, organisaties actief in ontwikkelingssamenwerking en de overheid. In dit artikel een korte uitleg hoe zo’n inkomen berekend wordt. Een mooi houvast als de OR wil meedenken en meepraten over het inkomen van een (nieuwe) bestuurder.

Berekening volgens de Wet Normering Topinkomens in de Zorgsector

De beloning van de bestuurder komt tot stand door naar de zwaarte van de functie te kijken. De zwaarte van de bestuurdersfunctie wordt bepaald door toepassing van een aantal criteria. Door de scores op die criteria bij elkaar op te tellen kom je uit bij een klasse. Bij de klasse hoort een maximum inkomen. Ik neem de zorgsector even als voorbeeld. In de zorgsector gelden vijf criteria die bepalen hoe zwaar het is om de organisatie aan te sturen. Het idee achter de beloning is: hoe moeilijker de organisatie te bestuderen is, hoe meer je mag verdienen.

Deze systematiek van criteria, punten en klassen wordt ook toegepast bij de andere non-profit sectoren, alleen elk met eigen criteria en klassen.  

De criteria voor Zorginstellingen:

  1. Kennisintensiteit
  2. Aantal taken
  3. Aantal relevante financieringsbronnen in relatie tot omzet uit die bronnen
  4. Totale omzet

1) Kennisintensiteit

Bij kennisintensiteit moet men denken aan de hoeveelheid wetenschappelijke of expertkennis die nodig is om de zorg te kunnen verlenen. Het gaat dan om de mensen die in de organisatie werken. Als men een organisatie moet aansturen waarin veel hoopopgeleide mensen werken mag je meer verdienen dan wanneer je een organisatie aanstuurt waarin relatief lager opgeleide mensen werken. Academische ziekenhuizen scoren hier het hoogste, namelijk 5 punten. Uitleen van zorgartikelen het laagste, namelijk 2 punten.

2) Het aantal taken voor de organisatie

Bij het aantal taken die de organisatie verricht gaat het om de vraag: verleent de organisatie alleen zorg of heeft de organisatie ook een opleidingstaak? Het uitgangspunt is dat het eenvoudiger is om een organisatie aan te sturen die slechts 1 taak heeft. Als naast zorg ook onderwijs wordt aangeboden dan wordt het ingewikkelder en mag men meer verdienen. Dus bij alleen een zorgtaak scoort men 1 punt. Heeft de organisatie ook een opleidingstaak dan scoort men hier 2 punten.

Ad 3) Het aantal relevante financieringsbronnen en de omzet hieruit

De relevante financieringsbronnen zijn de Zorgverzekeringswet, de Wet Langdurige Zorg, de Jeugdwet, de Wmo 2015, financiering voor forensische zorg en financiering voor onderwijs. Per bron moet ten minste 10% of €5 miljoen van de opbrengsten worden verkregen. Minder dan 5 miljoen wordt niet meegerekend.

Het uitgangspunt hierbij is dat het ingewikkelder wordt naarmate men met meer financieringsbronnen te maken heeft. Ook wordt het beloond als men uit de financieringsbronnen meer geld verdient. Dus hoe meer bronnen en hoe meer geld per bron, hoe hoger de score. Het levert een ingewikkelde rekentabel op waarbij 2 of 3 punten gescoord kunnen worden.

Ad 4) De totale omzet

Hierbij gaat het om de omvang van de totale jaaromzet van de organisatie. Uitgangspunt is dat het belastender is om een grote organisatie met veel omzet te moeten leiden dan wanneer men een kleinere organisatie leidt met minder omzet. Organisaties kleiner dan 10 miljoen omzet per jaar scoren 1 punt, organisaties met een omzet van meer dan 300 miljoen scoren het maximum van 5 punten.

Klassen

Op basis van de scores op de verschillende criteria komt een organisatie in een klasse terecht. Bij een minimum score komt men in klasse l terecht, bij een maximum score in klasse V. De rest zit daar tussenin. Het vergt voldoende financiële informatie en enig rekenwerk om vast te stellen in elke klasse je organisatie thuishoort. Maar belangrijk is ook hoe de bestuurder en Raad van Toezicht deze criteria hebben geïnterpreteerd en toegepast.

Het aantal punten en de klassen

Aantal punten Klasse
6-7 l
8 ll
9 lll
10-11 lV
12-15 V

Bij elke klasse hoort een maximale beloning voor de topfunctionarissen. Dus als de organisatie het maximaal aantal punten behaalt, dan mag de bestuurder de maximale beloning van 187.000,- euro ontvangen.

Klasse Maximum
l 103.000
ll 125.000
lll 151.000
lV 172.00
V 187.000

Stel je werkt in een zorginstelling die de volgende scores heeft:

  1. Kennisintensiteit: 3 punten
  2. Aantal taken: 1 punt
  3. Aantal financieringsbronnen: 2 punten
  4. Totale omzet: 2 punten

Totaal: 8 punten:  De maximale beloning van deze bestuurder mag 125.000,- euro per jaar zijn.

Voor wie?

De Wet Normering Topinkomens geldt voor alle topfunctionarissen binnen een organisatie. Dat wil zeggen de hoogst dagelijks leidinggevenden dus de Raad van Bestuur. Maar de wet geldt ook voor de directie of managementlaag daar onder. Ook de bezoldiging voor leden van de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen is aan banden gelegd. Daarvoor gelden vanzelfsprekend andere maxima. Als laatste heeft de WNT ook normen opgelegd met betrekking tot interim functionarissen. Voor de medisch specialisten geldt de Wet Normering Topinkomens niet.

Alles meerekenen

Als het gaat om de maximale bezoldiging, dan wordt in de WNT alles meegerekend. Het gaat om het salaris, de pensioenvoorziening en aanvullende beloningen. De WNT verbiedt bonussen en andere variabele beloningen. Als ze al voorkomen uit vroegere afspraken dan geldt er een afbouwregeling en moeten ze meegerekend worden bij het maximale bedrag. De verschillende inkomstenbronnen werken als communicerende vaten. Als er bij de ene bron wat bijkomt, moet het bij de andere af.  Zo wordt ervoor gezorgd dat de optelsom nooit hoger uitkomt dan het maximum dat is vastgesteld.

Ontslagvergoedingen

Door de Wet Normering Topinkomens zijn de mogelijkheden om op voorhand ontslagvergoedingen af te spreken, beperkt. Nu de Wet Werk en Zekerheid van kracht is, geldt bij ontslag in principe de transitievergoeding met als maximum van 79.000,- of een jaarsalaris als dit hoger is. Het gaat juridisch te ver om hier alle details te noemen maar de verwachting is dat bij ontslag de WNT norm vaak als maximum zal gelden.

Sancties

Organisaties die onder de WNT vallen hebben een publicatie- en meldingsverplichting. Dat wil zeggen dat de topinkomens in de jaarstukken vermeld moeten staan en dat de inkomens gemeld moeten worden aan de minister van Binnenlandse Zaken. Maar als men zich niet aan de WNT houdt, dan volgen er sancties vanuit de overheid. Zo kan de Staat

  • een dwangsom opleggen om teveel betaald loon terug te halen
  • een deel van de betaling terugvorderen bij de functionaris of de instelling
  • het teveel betaalde loon verrekenen met de verleende subsidie

Tot slot

Het is een goede ontwikkeling dat het overlegrecht over het inkomen van de top van het bedrijf is uitgebreid. Het zal echter voor veel ondernemingsraden een lastig onderwerp zijn om over te praten. Bij de overheid en de non-profit sector wordt men stevig geholpen door de Wet Normering Topinkomens 2. Die wet geeft de kaders en de maxima aan voor de topinkomens in de organisatie. De wet geeft de Staat ook nog eens vergaande bevoegdheden om bij overtreding de organisatie op de vingers te tikken. De OR heeft daarom vooral een toezichthoudende taak om te voorkomen dat de organisatie over de schreef gaat. Dat gesprek zal makkelijker gaan als men de kaders uit de Wet Normering Topinkomens zelf ook kent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *